Amiplus etiket;

Amiplus 250 14812 N W.6.
WETTELIJK GEBRUIKSVOORSCHRIFT
Toegestaan is uitsluitend het gebruik als schimmelbestrijdingsmiddel
I. als gewasbehandeling in de teelt van:
a. wintertarwe en zomertarwe;
b. wintergerst en zomergerst;
c. poot-, consumptie- en zetmeelaardappelen;
d. peen;
e. prei;
f. zaaiui
g. sla (onbedekte teelt) met uitzondering van veldsla
h. bloemkool, broccoli, boerenkool, spruitkool en sluitkool (witte kool, rode kool,
spitskool, savooiekool)
II. als grondbehandeling ten behoeve van de teelt van
a. poot-, consumptie- en zetmeelaardappelen;
b. bloembollen
Om resistentieopbouw te voorkomen mag u dit product of andere producten die strobilurinen -waaronder azoxystrobin-
bevatten, niet vaker gebruiken dan 3 keer per teeltseizoen voor aardappelen en 4 keer per teeltseizoen voor de overige
teelten.
Om in het water levende organismen te beschermen is de toepassing als volvelds grondbehandeling in de teelt van
aardappels en bloembollen op percelen die grenzen aan oppervlaktewater uitsluitend toegestaan indien gebruik gemaakt
wordt van 90% driftreducerende spuitdoppen.
Om het grondwater te beschermen mag dit product bij grondbehandeling niet worden gebruikt in
grondwaterbeschermingsgebieden.
Veiligheidstermijnen
De termijn tussen de laatste toepassing en de oogst mag niet korter zijn dan:
7 dagen voor aardappelen
10 dagen voor peen;
2 weken voor zaaiui, de onbedekte teelt van sla, bloemkool, broccoli, boerenkool, spruitkool en sluitkool.
3 weken voor prei;
5 weken voor wintertarwe, zomertarwe, wintergerst en zomergerst.
Dit middel is uitsluitend bestemd voor professioneel gebruik.
GEBRUIKSAANWIJZING
Toepassingen
Winter- en zomertarwe, ter voorkoming van aantasting door blad- en aarziekten (zgn. afrijpingsziekten) veroorzaakt door
meeldauw (Erysiphe graminis), bladvlekkenziekte (Septoria tritici en S. nodorum), bruine roest (Puccinia recondita) en
zwartschimmels
(Dematiaceae). Een aantasting door gele roest (Puccinia striiformis) wordt even eens voorkomen.
Een bespuiting uitvoeren in de periode vanaf het verschijnen van het vlagblad tot het in aar komen (Z 39-Z 55). Het kan
echter noodzakelijk zijn om, afhankelijk van de ziektedruk, een eerdere bespuiting uit te voeren in de periode vanaf het
begin van het schieten van het gewas tot het verschijnen van het vlagblad (Z 32-Z39). Indien op het moment van
behandelen reeds meeldauw aanwezig is een voor de bestrijding hiervan toegelaten middel toevoegen.
Dosering: 1 liter per hectare
Winter- en zomergerst, ter bestrijding van dwergroest (Puccinia hordei).
Wanneer in de periode vanaf het schieten van het gewas tot het in aar komen ( Z32-Z55) aantasting wordt waargenomen
een behandeling uitvoeren. Deze behandeling heeft tevens een effect op aantasting door bladvlekkenziekte en meeldauw.
Dosering: 1 liter per hectare
Winter- en zomergerst, ter bestrijding van netvlekkenziekte (Pyrenophora teres).
Wanneer in de periode vanaf het schieten van het gewas tot het in aar komen (Z32-Z55) aantasting wordt waargenomen
een behandeling uitvoeren. Deze behandeling heeft tevens een effect op aantasting door bladvlekkenziekte
(Rynchosporium secalis) en meeldauw (Erysiphe graminis).
Dosering: 1 liter per hectare
Poot-, consumptie- en zetmeelaardappelen, ter bestrijding van lakschurft (Rhizoctonia solani).
Volveldsbehandeling.
Op met Rhizoctonia besmette percelen het middel volvelds verspuiten en ongeveer 10-15 cm diep inwerken met
daartoe geëigende apparatuur.
Dosering: 6 liter per hectare.
Rijenbehandeling:
Op met Rhizoctonia solani besmette percelen kan het middel door middel van een rijenbehandeling bij het poten worden
toegepast.
Het middel moet goed worden verdeeld in de gehele op te bouwen rug.
Dosering: 3 liter per hectare
Poot-, consumptie- en zetmeelaardappelen, ter bestrijding van Alternaria solani.
Zodra de eerste symptomen worden waargenomen een behandeling uitvoeren. Wanneer de omstandigheden voor
uitbreiding van de ziekte gunstig zijn, dient men de behandeling om de 7-14 dagen te herhalen. Amistar altijd toepassen
in een schema met middelen voor de bestrijding van Phytophthora infestans. Amistar niet vaker dan 3 keer per teelt
toepassen.
Dosering: 0,25 liter per hectare
Peen, ter bestrijding van loofverbruining (Alternaria dauci)
Een behandeling uitvoeren voordat aantasting zichtbaar is of bij het waarnemen van de eerste symptomen. Eventuele
volgende behandeling(en) uitvoeren met een interval van 10 tot 14 dagen.
Dosering: 0,8 tot 1,0 liter per hectare
Onder normale omstandigheden kan volstaan worden met een dosering van 0,8 liter per ha.
Bij voor de schimmel erg gunstige omstandigheden, of wanneer een langer interval aangehouden wordt dan 2 weken, is
het raadzaam de dosering te verhogen tot 1,0 liter per hectare. Maximaal 4 toepassingen per teelt uitvoeren. Gebruik van
het middel afwisselen met een middel met een ander werkingsmechanisme.
Prei, ter bestrijding van roest (Puccinia allii).
Een behandeling uitvoeren voordat aantasting zichtbaar is of bij het waarnemen van de eerste symptomen. Eventuele
volgende behandeling(en) met een interval van 10 tot 14 dagen.
Dosering: 0,8 tot 1,0 liter per hectare
Onder normale omstandigheden kan volstaan worden met een dosering van 0,8 liter per hectare. Bij hoge infectiedruk
en/of gevoelige rassen is het raadzaam de dosering te verhogen tot 1,0 liter per hectare. Maximaal 4 toepassingen per
teelt uitvoeren. Gebruik van het middel afwisselen met een middel met een ander werkingsmechanisme.
Zaaiui, ter bestrijding van valse meeldauw (Peronospora destructor) en bladvlekkenziekte (Botryotinia squamosa).
Het middel dient preventief toegepast te worden. Beginnen met de behandelingen zodra er een duidelijke kans op
aantasting is gelet op weersomstandigheden en microklimaat in het gewas, of op basis van een waarschuwingssysteem.
Volgende behandelingen uitvoeren met een interval van 7 tot 10 dagen afhankelijk van weersomstandigheden en
ziektedruk.
Dosering: 0,8 tot 1,0 liter per hectare
Onder normale omstandigheden kan volstaan worden met een dosering van 0,8 liter per hectare. Bij voor de schimmel
erg gunstige weersomstandigheden is het raadzaam de dosering te verhogen tot 1,0 liter per hectare.
Maximaal 4 toepassingen per teelt uitvoeren. Gebruik van het middel afwisselen met een middel met een ander
werkingsmechanisme.
Onbedekte teelt van sla met uitzondering van veldsla, ter bestrijding van valse meeldauw (Bremia lactucae)
Het middel dient preventief toegepast te worden. Beginnen met de behandelingen zodra er een duidelijke kans op
aantasting is gelet op weersomstandigheden of op basis van een waarschuwingssysteem. Volgende behandelingen
uitvoeren met een interval van 7 tot 10 dagen afhankelijk van weersomstandigheden en ziektedruk. Het middel niet vaker
toepassen dan een derde van het totaal aantal toepassingen per teelt. Dosering: 0,8 tot 1,0 liter per ha. Onder normale
omstandigheden kan volstaan worden met een dosering van 0,8 liter per ha. Bij voor de schimmel erg gunstige
weersomstandigheden kan het raadzaam zijn de dosering te verhogen tot 1,0 liter per ha.
Bloemkool, broccoli, boerenkool, spruitkool en sluitkool ter bestrijding van spikkelziekte (Alternaria brassicae en
Alternaria brassicicola), kringvlekkenziekte (Mycosphaerella brassicicola) en witte roest (Albugo candida).
Een behandeling uitvoeren voordat aantasting zichtbaar is of bij het waarnemen van de eerste symptomen. Eventuele
volgende behandelingen uitvoeren met een interval van 12 tot 14 dagen. Het middel niet vaker toepassen dan een derde
van het totaal aantal toepassingen per teelt. Dosering:1,0 liter per ha.
Bloembollen, ter bestrijding van Rhizoctonia ziekte (Rhizoctonia solani)
Bij met Rhizoctonia solani besmette percelen waarop bij de teelt van bloembollen aantasting is te verwachten het middel
vlak voor het planten volvelds toedienen en daarna 10 tot 15 cm diep gelijkmatig in de grond inwerken met daartoe
geëigende apparatuur.
Dosering: 6 liter middel per ha.

 

© 2011 - 2017 Spuitmiddelen | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel